Subsidie voor zeven experimenten versterking basisvaardigheden 

11 juni 2021

Eind mei kende het programma Tel Mee met Taal subsidies toe aan zeven experimenten om de basisvaardigheden van mensen versterken. De toekenning is gebaseerd op inhoudelijk advies van een onafhankelijke onderzoekscommissie van het Expertisepunt Basisvaardigheden. 

Daarmee is de uitkomst bekend van de subsidieronde die het actieprogramma Tel mee met taal (TMMT) in januari opende. Voor subsidie kwamen experimenten in aanmerking om laaggeletterden beter te bereiken, zodat ze een cursus gaan doen om hun basisvaardigheden te versterken. Ook experimenten om de kwaliteit van de cursussen taalvaardigheden, rekenvaardigheden of digitale vaardigheden te verbeteren konden op de regeling een beroep doen. Aanvragen moesten voor 1 maart 2021 zijn ingediend.

Tel mee met Taal: 7,5 miljoen euro voor basisvaardigheden

De toekenning van subsidies aan de zeven experimenten is onderdeel van een breder subsidieprogramma van Tel mee met Taal. Vanuit dit programma worden jaarlijks subsidies toegekend om basisvaardigheden te versterken. Behalve voor de categorie praktijkgerichte experimenten waar bijgaand artikel op focust, werden eind mei ook subsidies toegekend in de categorie werknemers: werkgevers ontvangen subsidie om laaggeletterde werknemers scholing aan te bieden op het gebied van taal, rekenen of digitale vaardigheden. 

Ten slotte was er de categorie ouders. Bijvoorbeeld scholen, kinderdagverblijven of bibliotheken krijgen subsidie voor het verbeteren van een educatief thuismilieu, de educatieve samenwerking tussen ouders en school en het verbeteren van (digitale) geletterdheid van ouders.
Al met al gaan meer dan 400 werkgevers, scholen, bibliotheken en andere organisaties dit jaar aan de slag met het versterken van basisvaardigheden. In totaal krijgen zij hiervoor ruim 7,5 miljoen euro vanuit de subsidieregeling Tel mee met Taal 2021-2024.

Praktijkgericht

Krista van Mourik, voorzitter van de onderzoekscommissie van het Expertisepunt Basisvaardigheden, is blij met de opbrengst van de subsidieronde. ‘Het gaat om praktijkgerichte experimenten waarin sprake is van praktisch leren – bijvoorbeeld op de werkvloer bij een werkgever – waarbij verschillende stakeholders worden betrokken. Als ik kijk naar de gehonoreerde plannen dan zie ik innovatieve kracht én ambitie om aanbod op maat te leveren. Er is focus op kwaliteit en aandacht voor verspreiding van de kennis en methodieken op landelijke schaal.’ Volgens Van Mourik draaien de experimenten om samen doen en samen leren. ‘Leerders, docenten, begeleiders én werkgevers worden erbij betrokken.’ 

Diversiteit

Van Mourik stelt vast dat de toegekende aanvragen gericht zijn op verschillende basisvaardigheden, van rekenen, schrijven, spreken, tot rekenen en digitale vaardigheden. Daarnaast richten de toegekende aanvragen zich zowel op ouderen (18+) en kinderen, op preventie en het terugdringen van beperkte basisvaardigheden en op personen met Nederlands als eerste taal (de zogenaamde NT1’ers) en personen met een andere moedertaal (NT2’ers). ‘Er is sprake van een mooie diversiteit in de experimenten waarvan de aanvraag is toegekend. Al met al denk ik dat deze experimenten het versterken van basisvaardigheden echt een stap dichterbij gaan brengen.’

De toegekende aanvragen

De experimenten die subsidie ontvangen zijn, zoals Van Mourik aangeeft, divers in aanpak en doelgroep. Hieronder zijn de zeven gehonoreerde aanvragen kort beschreven.

  • WOORDENSTROOM (Buurtonderneming Woensel-West) 

Woordenstroom is een initiatief gericht op kinderen van 8 tot en met 12 jaar, met achterblijvende taalvaardigheid. Het initiatief is in eerste instantie gericht op Woensel-West, een wijk van Eindhoven waar veel kinderen wonen met taalachterstanden. Inzet is de ontwikkeling van taalactiviteiten die het taalplezier, taalvertrouwen en de laatveiligheid van deze doelgroepen vergroten. Om dit te realiseren gaan verschillende partijen in Woensel samen nieuwe werkvormen voor de taalontwikkeling bedenken, testen en implementeren. Elke zes weken wordt een nieuwe taal verkennende werkvorm bedacht, ontworpen, getest en geïmplementeerd.

  • GECIJFERDHEID TELT MEE (Hogeschool Utrecht)

Experiment waarin vier bibliotheken aan de slag gaan met rekenen en gecijferdheid. De bibliotheken voeren elk een eigen plan uit. Eén bibliotheek gaat bijvoorbeeld een financieel café opzetten, waar mensen naar toe kunnen komen met vragen over geld. Een andere bieb gaat vrijwilligers trainen als rekenmaatjes. De bibliotheken krijgen hulp van onderzoekers van de Hogeschool Utrecht. Die maken een website met nuttige ondersteunende informatie voor hoe je mensen kunt helpen om te groeien in gecijferdheid. Ook bevat deze website veel goede voorbeelden. 

  • TAAL OP DE WERKVLOER (IBN)

IBN is een ondernemer die kansen biedt aan mensen die het zonder steun niet redden op de arbeidsmarkt. Het gehonoreerde plan van IBN is gericht op het oefenen en versterken van de taalvaardigheid (lezen, begrijpen en spreken) van laaggeletterden op de werkvloer. 
Daarbij worden verschillende oefenmaterialen ingezet, zoals een vernieuwende taal-app die makkelijk is in gebruik. Inzet is dat de ondersteuning het werk zelf zo min mogelijk verstoort. Leidinggevenden en collega’s worden getraind hoe je taal kunt oefenen. Zij gaan verbeteringen merken, worden enthousiast en gaan ook oefenen. Dit versterkt het draagvlak.

  • EFFECTIEVE TOELEIDINGSCURSUSSEN NT1 (ITTA)

Actieplan van het kennisinstituut voor Nederlands als eerste en tweede taal (ITTA) om meer grip te krijgen op de werving van laaggeletterden voor wie Nederlands de moedertaal is (NT1’ers). Het experiment geeft manieren van werken in handen van cursusleiders en organisatoren. Het ITTA ontwikkelt daarvoor concrete stappen, samen met gemeenten, bibliotheken, welzijnsorganisaties en cursusleiders van toeleidingscursussen, op basis van de methode KLASSE! Uiteindelijke doel is meer laaggeletterde NT1-ers naar een vervolgaanbod te leiden. Het initiatief moet onder meer leiden tot een checklist voor gerichte werving.

  • TAAKLIK (Oefenen.nl)

‘Taalklik’ zijn taallessen die worden ontwikkeld en toegevoegd aan de bestaande computercursus Klik & Tik. Doelgroep zijn onder anderen mensen die Nederlands als moedertaal hebben, maar die niet goed kunnen lezen en schrijven en terughoudend zijn om zich voor een taalcursus op te geven. NT1-ers durven vaak wel naar een computercursus. Dankzij de aanpak in dit experiment doen ze digitale vaardigheden op, leren ze beter lezen en schrijven én krijgen ze zelfvertrouwen. De taallessen voor Taalklik worden in samenspraak met doelgroep en docenten ontwikkeld en bijgesteld. Uiteindelijk kan breed gebruik worden gemaakt van de taallessen bij Klik & Tik.

  • PROJECT EXPERIMENT DIGITALE GELETTERDHEID (STEP)

De organisatie STEP organiseert lessen voor mannen en vrouwen van buitenlandse afkomst die de Nederlandse taal willen leren. STEP ziet dat veel cursisten weinig vooropleiding hebben en niet veel ervaring met werken met computers. Het kunnen werken op de computer wordt steeds belangrijker in Nederland. Daarom gaat Step computertrainingen ontwikkelen voor haar deelnemers. Tachtig deelnemers uit verschillende taalgroepen gaan meedoen. Onderdeel van het experiment is de ontwikkeling van een training voor de vrijwillige medewerkers van Step, zodat zij leren hoe zij de computerlessen moeten geven. In het project wordt gemonitord wat werkt. De bevindingen worden beschreven in een rapport.

  • TOPTAAL (TOPTAAL)

Experiment om effectief leren van de Nederlandse taal te bevorderen. Belangrijk kenmerk is dat het leren van de taal meteen in de praktijk in de eigen buurt of op de werkvloer kan worden geoefend. Om te bevorderen dat de methode past bij de persoonlijke situatie van elke cursist, komt hij te staan op een online platform met vier onderdelen.

  1. Een lesprogramma voor cursisten om verschillende competenties te ontwikkelen en te oefenen Bij elke competentie hoort een praktijkopdracht. 
  2. E-learning voor begeleiders op de werkvloer. Collega’s op het werk leren hoe ze cursisten kunnen helpen bij het uitvoeren van de praktijkopdracht.
  3. E-learning voor taalvrijwilligers. Cursisten zonder werk krijgen hulp van een taalvrijwilliger. In dit programma leert de vrijwilliger hoe zij cursisten kunnen helpen bij de praktijkopdracht.
  4. E-learning voor docenten. Docenten leren hoe ze deze lesmethode kunnen gebruiken. Ze leren hoe ze voor elke cursist een passende praktijkopdracht kunnen maken.

Beoordeling aanvragen

Een onafhankelijke onderzoekscommissie van het Expertisepunt Basisvaardigheden beoordeelde de aanvragen voor subsidie van de subsidieronde van Tel Mee met taal. De commissie bekeek of de ingediende aanvragen aan de gestelde criteria voldeden en kende de aanvragen op diverse onderdelen punten toe. Uiteindelijk leverde dat een inhoudelijk preadvies op. Het programma Tel Mee Met Taal heeft dit benut voor de toekenning van de zeven experimenten die subsidie ontvangen. TMMT volgde de rangschikking door de commissie en kende middelen toe tot aan het subsidieplafond.

Samenstelling commissie

Deze commissie bestaat uit twee wetenschappers, twee professionals en twee personen die het perspectief van ervaringsdeskundigen vertegenwoordigen. De professionals komen uit de volwasseneneducatie en het sociaal domein ook brengen zij het perspectief van ervaringskennis (NT1 en NT2) in.

De leden van onderzoekscommissie zijn: Marieke Buisman (UvA), Vincent Jonker (UvU) Arjan Beune (St. ABC), Marian Janssen-de Goede (Zet een punt), Sylvia de Groot Heupner (Het begint met taal), David Kranenburg (Actief Ouderschap), Krista van Mourik (Movisie, voorzitter commissie) en Jurriaan Omlo (Movisie en secretaris commissie).