Breda laat met businesscase zien dat investeren in de sociale basis loont

16 november 2020

In Breda worden geen bezuinigingen doorgevoerd in de sociale basis. De Bredase aanpak, met een klantreis en businesscase, laat zien dat het prima samen kan gaan: het beste resultaat voor de inwoner én kosten besparen. ‘De innovatieve aanpak bij de uitvoerders is voor ons als gemeente een investeringsmogelijkheid, geen verdienmodel.’

Die opmerking komt van beleidsadviseur Richard Blankenstein. ‘Voorop staan uiteraard de kwetsbare inwoners. Maar financieel duurzaam makende initiatieven komen bij ons wel hoger op de rangorde binnen. Want we willen uiteraard ook dat het op de langere termijn betaalbaar blijft.’

Zorg voor elkaar Breda

Als er iemand is die met vernieuwende initiatieven komt, dan is het wel John Beckers. Hij is bestuurder bij WIJ, een van de organisaties in de Bredase sociale basis. In die hoedanigheid maakt hij ook deel uit van het netwerk Zorg voor elkaar Breda. Dit is een samenwerkingsverband waarin naast ongeveer twintig organisaties ook de gemeente participeert. Het netwerk werkt al jarenlang samen en bouwt in wederzijds vertrouwen samen aan beleid en uitvoering.

Het been en het ziekenhuis

In 2017 ontstond binnen Zorg voor elkaar Breda een pilot die Beckers omschrijft als ‘Het been en het ziekenhuis’: ‘In het sociaal domein bekeken we vragen doorgaans vanuit de bestaande producten. Maar in deze pilot hebben we het andersom gedaan. Dus: er is een gebroken been, maar er is geen ziekenhuis. Hoe los je dat op?’

Klanten willen doorgaan met hun leven, liefst zonder veranderingen en nieuwe gezichten

Maatschappelijk bronkapitaal

‘Als je vragen van inwoners samen met hen op die manier bekijkt’, vervolgt Beckers, ‘dan is het maatschappelijk bronkapitaal veel beter te vinden. Wat zou je doen als er helemaal geen dagbesteding, begeleiding of huishoudelijke verzorging zou zijn? Het zou best eens zo kunnen zijn dat  het bestaan van deze 'producten' de creativiteit van de klant belemmert. Zijn er echt geen oplossingen dichtbij huis, of zien we ze gewoon niet?’

Op hun eigen manier

De pilot is te beschouwen als een voorloper op de beweging naar voren. Beckers: ‘In 18 van de 28 gevallen kwam de klant uit op een andere oplossing dan een maatwerkvoorziening. De klanten willen vooral doorgaan met hun leven. Op hun eigen manier en het liefst zonder allerlei veranderingen en nieuwe gezichten. Dit leverde al met al een besparing op van ruim tachtigduizend euro. We werkten in de pilot in gelijkwaardige trio’s: de klant, een professional van WIJ en een Wmo-klantmanager van de gemeente.’

460 duizend in de plus

Om de beweging naar de voorkant te onderbouwen en mogelijk te versnellen, heeft er in de periode 2018-2019 een grote pilot gedraaid met 400 casussen. De resultaten waren opnieuw positief. Maar we hebben hierin de kosten en baten niet goed inzichtelijk gemaakt. Van de 400 zijn er daarom 150 verder onderzocht. In 66 situaties is maatwerk voorkomen, verminderd of beëindigd, zo beoordeelde een team van drie professionals die niet bij de casussen betrokken waren.

Van Winden: ‘Naast actievere en blije mensen leverde dat een besparing op de Wmo en de Wlz op van in totaal ruim zes ton. De kosten bedroegen een kleine 140 duizend euro. Al met al dus zo’n 460 duizend euro in de plus.’ De kosten zitten in het mogelijk maken van hulp door vrijwilligers, deelname aan activiteiten die vrijwilligers organiseren en – met name – in de kosten van de betrokken sociaal werkers.

Heel bedrijfsmatig

‘In Breda ontwikkelen we nu samen met de organisaties op deze manier businesscases’, vertelt beleidsadviseur Femke van Winden. ‘Daarin zetten we heel bedrijfsmatig casussen op een rij. Welke hulpbronnen zijn benut? Wat waren de succes- en faalfactoren, en de kosten en baten? Welk percentage heeft echt een maatwerkvoorziening nodig, welk percentage is geholpen met een lichte vorm van maatwerk en welk deel is het beste geholpen met een andere oplossing? We kijken ook goed naar de kosten die we moeten maken om de besparing op het maatwerk te kunnen realiseren. Want als je niet uitkijkt, ga je in het voorliggend veld feitelijk maatwerkoplossingen financieren. Bijvoorbeeld als een maatschappelijk werker een wat langer lopend traject aangaat met de inwoner.’

Als de klant de regie heeft, liggen oplossingen vaak dichtbij

Bij de klant

Van Winden schrijft het succes vooral toe aan de andere manier van kijken naar de vragen van inwoners. ‘Dat begint ermee dat we de actie van begin af aan bij de klant neerleggen. Die onderzoekt zelf zijn vraag, samen met mensen die kunnen helpen met het zoeken naar goede oplossingen. Vaak liggen die oplossingen dichtbij. Omdat de klant zelf de regie heeft’. De vragen komen bij Zorg voor elkaar Breda terecht, dus niet standaard bij een Wmo-klantmanager van de gemeente. Van Winden: ‘Er komt daardoor een ander gesprek op gang.’

Geen Wmo-klantmanager

De medewerkers van het aanmeldteam van Zorg voor elkaar Breda zijn triagisten: zij onderzoeken samen met de klant bij welke van de drie categorieën een vraag past: er is direct samen met de inwoner tot een oplossing te komen, er is een gesprek met de inwoner nodig om de vraag verder af te pellen, of het is een vraag die elders beantwoord kan worden. In de gevallen dat er een gesprek nodig is, dan gebeurt dat niet altijd met een Wmo-klantmanager van de gemeente. En daar zit hem de crux, weet Femke, ‘want een klantmanager heeft toch altijd de maatwerkvoorzieningen in het achterhoofd. Die standaardoplossingen zitten nu eenmaal in de bagage.’ Als er toch een maatwerkvoorziening nodig blijkt trekken klant, sociaal werker en klantmanager samen op.

Brede blik

In Breda voert doorgaans een sociaal werker van Zorg voor elkaar Breda dit gesprek. Die kijkt met een brede blik naar een vraag. Door deze bril bekeken luidt de vraag van iemand met beginnende dementie: hoe kan deze inwoner zijn leven zo goed mogelijk voortzetten, op de manier die hij wil? Door de bril van de klantmanager kan die vraag verworden tot: heeft deze persoon wel of geen geïndiceerde dagbesteding nodig? Overigens is het best gebruikelijk dat er bij het gesprek tussen inwoner en sociaal werker nog een derde gesprekspartner aanschuift, vertelt Van Winden. ‘Dat kan best een Wmo-klantmanager zijn, maar net zo goed een praktijkondersteuner van de huisarts of een wijkverpleegkundige.’

Fitness en vrijwilligerswerk

Die brede blik en goed aanvoelen van de klant, direct aan het begin van de klantreis, kunnen tot andere oplossingen leiden als waar de inwoner in eerste instantie om vraagt, vertelt Blankenstein. ‘Zoals in het geval van een mevrouw die aanklopte voor huishoudelijke hulp. Ze was kort geleden verweduwd. De laatste jaren had ze zich vooral gericht op het verzorgen van haar man. Haar huis was aan het vervuilen. Tijdens het gesprek met de sociaal werker werd duidelijk dat zij niet het huishouden het probleem vond, maar eigenlijk het gebrek aan sociale contacten. De oplossing bleek te zitten in fitness en vrijwilligerswerk. Alleen voor het zwaardere huishoudelijke werk, huurt ze nu particuliere hulp in.’

Het draait om agogisch vakmanschap

Volgens Beckers zit de crux van het hoge aantal casussen waarin geen maatwerkvoorziening nodig blijkt, in ambachtelijk sociaal werk. ‘Agogisch vakmanschap’, zegt Beckers, ‘daar draait het allemaal om. Eigenlijk hebben alleen vijftigplussers dat nog van huis uit. Jongere professionals moeten het leren.’ Hij doelt daarmee op vele kwaliteiten, maar in dit verband toch vooral op de kunst om het initiatief bij de inwoner te laten. ‘Niet bedenken voor een ander wat goed voor hem is.' 

Blije klanten en trotse professionals

Beckers onderstreept dit met het voorbeeld waarin werd geluisterd naar enkele ouderen die eigenlijk naar een verpleeghuis moesten, volgens deskundigen, maar dat niet wilden. ‘Zij hebben hun zin gekregen. Als je dat goed doet, krijg je hele blije klanten, zie je professionals die trots zijn op hun vak en het levert het ook nog eens enorme besparingen op. Agogisch vakmanschap rendeert financieel het best.’

'Als wij als professionals het goed doen, dan heeft de klant het gevoel dat hij het zelf gedaan heeft.’ Blankenstein sluit af: 'En werken met een goede businesscase helpt daarbij, want die toont harde feiten.’

Tekst: Tea Keijl

Reeks over bezuinigingen

Dit is een praktijkvoorbeeld in een reeks artikelen over bezuinigingen en rendement van de sociale basis. Lees ook de volgende artikelen: