‘Neem signalen seksuele intimidatie binnen sport altijd serieus'

Hoe kun je seksueel misbruik in de sport voorkomen en aanpakken?
artikel - 15 december 2017

Een op de acht sporters heeft als kind ervaring met seksueel grensoverschrijdend gedrag, blijkt uit de onderzoeksresultaten van de commissie De Vries. Rutgers nam een deelonderzoek voor haar rekening: hoe sportverenigingen seksueel grensoverschrijdend gedrag kunnen voorkómen. Movisie-expert Jozé van Kooten Niekerk was hier als adviseur bij betrokken. ‘Sportclubs moeten een open cultuur kweken om seksuele intimidatie bespreekbaar te maken.’

Seksuele intimidatie is nooit echt weg geweest uit de sportwereld, alleen was de aandacht voor het thema de afgelopen jaren minder. ‘Dit komt mede doordat bonden en sportverenigingen vooral veel geïnvesteerd hebben in het tegengaan van de verruwing in de sport, zowel onder sporters als onder toeschouwers en supporters. Daar komt bij dat seksueel grensoverschrijdend gedrag minder zichtbaar is. Het is bovendien moeilijker bespreekbaar te maken voor slachtoffers én omgeving’, legt Movisie-adviseur Jozé van Kooten Niekerk uit.

Belangen spelen een rol

In Nederland zijn ruim 4 miljoen mensen lid van een sportclub. Sportverenigingen zijn extra gevoelig voor seksueel grensoverschrijdend gedrag. ‘Er zijn veel lichamelijke contactmo-menten, bijvoorbeeld bij het ondersteunen en adviseren bij de oefeningen, bij het omkleden, bij het douchen of bij het reizen naar wedstrijden in het buitenland. Maar ook de ongelijke machtsverhouding tussen trainer en sporter kan risico’s met zich meebrengen’, legt Van Kooten Niekerk uit. ‘De belangen voor de sporter, zeker bij de topsport, zoals hogerop willen komen, maakt hem of haar afhankelijk van de trainer. Hierdoor nemen de kwetsbaarheid voor en het zwijgen over het misbruik toe. Daarnaast heb je ook nog vaak te maken met belangen voor de trainer en de sportorganisatie. Die maken dat clubs grote risico’s nemen: seksueel grensoverschrijdend gedrag leidt niet altijd tot schorsen of wegsturen.’  

Bij een doorsnee sportvereniging, de zogenoemde breedtesport, is men veelal geneigd om een oogje dicht te knijpen, omdat het werven van vrijwilligers toch al zo moeilijk is. ‘Het begint vaak met licht grensoverschrijdend gedrag, zoals de trainer die aanwezig is in de douches/kleedkamers. Dit kan ontaarden in verdergaande ongewenste intimiteiten. In sommige gevallen wordt iemand wel aangesproken op zijn gedrag door een vertrouwenscontactpersoon, het eerste aanspreekpunt voor (seksuele) intimidatie, of het bestuur van een sportclub. Als de pleger dan spijt betuigt en belooft het niet meer te zullen doen, denkt men het probleem te hebben opgelost’, aldus Van Kooten Niekerk.

Open cultuur creëren

Volgens Movisie-expert Ronald Hetem, die regelmatig organisaties traint in hoe hiermee om te gaan, realiseren sportclubs zich meestal wel dat er meer nodig is dan een goed gesprek. Een pleger gaat meestal meer dan een keer over de schreef. ‘Sportclubs vinden het moeilijk om kordaat op te treden om verschillende redenen. Personen aanspreken op hun gedrag is moeilijk en al helemaal als het om seksueel grensoverschrijdend gedrag gaat. Als een trainer of coach weg wordt gestuurd om zijn seksueel grensoverschrijdend gedrag, wordt het imago van de organisatie beschadigd én goede trainers en coaches zijn schaars. De mensen die je hebt, wil je behouden en dan wordt er snel een tweede kans gegeven.’ 

Uit het onderzoek van de commissie De Vries blijkt dat in bijna de helft van de gevallen de pleger een medesporter is. Van Kooten Niekerk: ‘Des te groter het belang van een open cultuur waarin je met je clubgenoten moet kunnen praten over wat onwenselijk is, maar ook over wat je juist wél moet doen, zoals elkaar aanspreken als grenzen worden overschreden. Ga met elkaar het gesprek aan over alledaagse situaties. Een hand op iemands been leggen na de training, is dat oké? Ongevraagd een naaktfoto van jezelf rondsturen in het team, hoe ga je daar mee om?’

Vertrouwenscontactpersoon aanwijzen

Elke club moet, liefst een onafhankelijke, vertrouwenscontactpersoon hebben, die toegankelijk is voor leden, ouders en andere betrokkenen. ‘Hij of zij moet regelmatig voorlichting geven over het clubbeleid tegen (seksueel) misbruik, om de openheid te bevorderen. Als er echt wat aan de hand is, dan moet deze persoon het clublid bijstaan in het vinden van de juiste bijstand en de verdere procedure,’ aldus Van Kooten Niekerk.

Meldingen die bij de vertrouwenscontactpersoon binnenkomen, blijven te vaak hangen of worden niet serieus genomen of de verantwoordelijkheid wordt bij het (jonge) slachtoffer gelegd. Volgens Ronald Hetem is het belangrijk dat clubs beleid ontwikkelen in hoe om te gaan met dit soort situaties én hoe om te gaan met de pleger. ‘Clubs kunnen bijvoorbeeld een gedragscode voor vrijwilligers, trainers en coaches opstellen, een risico-inventarisatie maken, een meldprotocol opstellen en aansluiten bij een registratielijst  van vrijwilligers die zijn geschorst wegens seksueel grensoverschrijdend gedrag.’

Hoe kan de sportclub met meldingen omgaan?
Movisie heeft samen met NOC*NSF, de Vereniging NOV en Scouting Nederland de toolkit In veilige handen ontwikkeld. De toolkit biedt praktische hulpmiddelen om seksueel misbruik zoveel mogelijk te voorkomen. Komt er toch een melding van seksueel misbruik dan zijn sportclubs erop voorbereid om er op de juiste manier mee om te gaan. Voor een training op maat kunt u contact opnemen met trainer en adviseur Wendela Wentzel via w.wentzel@movisie.nl of via +31 6 655440646.

Lees ook op de site van Vereniging Sport en Gemeenten de belangrijkste conclusies en aanbevelingen uit het rapport van de commissie De Vries.

Reacties

Reageer op dit artikel

17 + 0 =
Los deze eenvoudige rekenoefening op en voer het resultaat in. Bijvoorbeeld: voor 1+3, voer 4 in.